NATASJA EXEL



overbuurmeisje (10): test

Bericht 9. — uit notitieboek, vervolg 16-01-2022



Na een tijdje naar elkaar gekeken te hebben begon ik stijve knieën te krijgen. De ramen in mijn huiskamer zijn nogal laag en enkel glas. Ik las een keer ‘…zit je weg te waaien achter je monumentale ramen…’ . Hahaha, tuurlijk, dacht ik. Maar het is waar, vraag me niet hoe, maar het tocht wel degelijk gewoon dwars door de ruiten heen. Dat is normaal gesproken niet zo erg, een beetje ventilatie, behalve als je er als een paspop in één pose voor blijft staan. Wat dat betreft begon het bloed uit mijn opgeheven, en nog altijd zwaaiende, hand zich in mijn elleboog te verzamelen en dat was zo niet nog onaangenamer dan de dooie knieën.

Net toen ik dacht, ja, nu klaar, hoor en wilde gaan zitten, bewoog aan de overkant mijn ondode spiegelbeeld. Haar hand kantelde uit de zwaaistand en ze begon ermee te wenken.
 Kom, mimiekte haar lippen.
 Echt niet, mimiekte de mijne terug. Ben jij van de pot gerukt, dacht ik er keihard achteraan.
 Nee, schudde ze en haalde haar schouders op. Fuckerdefuck, dacht ik, ze leest mijn gedachten. Ja, knikte ze en ik zag haar, gewoon vanaf mijn kant van de straat, duidelijk zuchten. Even liet ze haar hoofd hangen en ik begon me bijna rot te voelen. Want ik weet dat ik bijna nooit ergens zin in heb, verjaardagen, thee/koffie drinken, gezellig cafeetje doen, vinootje drinken, rot op, denk ik dan, niet perse vanwege de persoon die het voorstelt, maar vanwege het ergens heen moeten en daar dan moeten zijn op een bepaalde tijd en het gevoel dat het allemaal een test is.
 Een test met onvoorspelbare open vragen die daarna iets zeggen over je menselijkheid, je empathie, je sociale vaardigheden en je morele kompas, allerlei 21century-skills waar ik niet in uitblink. Maar soms als ik er wel ben op zo’n afspraak dan is het best leuk, maar vooral achteraf als ik me dan een soort van trots voel over het wel gaan.
 Dat gebeurt alleen niet vaak, want niemand vraagt me meer, behalve mensen die me niet zo goed kennen. En dat vind ik dan ook weer zozo.

Maargoed, ze had me dus horen denken en wist nu al iets over me wat ik meestal bewaar tot later in de relatie. Maar omdat dit me toch een vrij onevenwichtige verhouding leek — de een de potentiële moordenaar, de ander het zeer denkbare slachtoffer —, dacht ik het is strategisch gezien niet goed om me op te stellen als Bambi (wat ik in haar ogen moest zijn), maar minstens als zijn moeder (voor ze afgeslacht werd uiteraard). Daarna bedacht ik me dat het dan toch eigenlijk niet slim was om een prooidier als mascotte te kiezen, maar deed Harry Potter dat ook niet? En moet je zien wie hij versloeg met zijn geknakte toverstokje.

Ze keek op en lachte, dat was jammer, want haar hoektanden waren zo duidelijk zichtbaar vanaf waar ik stond dat mijn stijve knieën knikten. En dat deed me toch een pijn. Daarna wenkte ze weer. Neehee, dacht ik hard. Maar na het wenken wees ze naar de straat tussen ons in. En ze begon met haar hele verontrustend bleke hoofd enthousiast te knikken en pardoes knikte ik met haar mee.

Wel verdomme.