NATASJA EXEL



overbuurmeisje (17): de hond

Bericht 15. — uit notitieboek

24-01-2022


Na een ondefinieerbare tijd beurtelings slapen en wakker worden werd het antwoord op mijn vraag steeds duidelijker. Na de eerste keer wakker worden was het antwoord nog een bot ‘nee’ geweest, maar omdat er geen onderbouwing bij gegeven werd kon ik er niet veel mee. Maar na de zoveelste keer dat ik mijn ogen opende en totaal het gevoel van dag en nacht kwijt was, kreeg ik uitgebreid antwoord.

Omdat ik nog niet echt wakker was luisterde ik niet erg goed en ben ondertussen het meeste vergeten, maar het kwam er samenvattend op neer dat het antwoord nu ‘ja’ was.

Ik fleurde er helemaal van op, rekte me eens lekker uit, ging douchen, trok echte kleren aan (sayonara schimmelig gympak), jogde naar de supermarkt en haalde authentiek mensen-voedsel. Daarna kookte ik dat, waarbij ik meerdere pannen gebruikte en at alles netjes op terwijl ik op een kussen op de grond zat met mijn rug tegen de verwarming en nog maar eens achterelkaar mijn vampierfilms afspeelde ter voorbereiding op mijn nieuwe leven. Voor het eerst in tijden voelde ik me alsof ik echt goed bezig was en nu al een doel had.

En toen ging mijn telefoon.

Wat best gek was, want die had ik al bijna twee weken niet gezien. Dat was ik trouwens vergeten, tot ik zijn berichttoon hoorde. Eerst dacht ik dat ik er op zat, maar toen ik de vloer voelde trillen wist ik het weer. Pok, had hij gedaan toen hij onder de verwarming verdween. En nu trok ik hem inderdaad daaronder vandaan. Er kleefden rozekoek-kruimels aan en hij was leeg. Je weet al wat ik ga zeggen:
Wat eveneens best gek was, omdat hij net ging.

Ik drukte die logica in het hoekje ‘ontkenning/wegkijken’ en legde hem aan de lader, wachtte een eeuwigheid van tien minuten, startte hem opnieuw op vanwege updates en een whatsapp verscheen.

Ik zie dat je thuis bent, ik heb een belangrijke vraag.

Wie is dat, dacht ik, het nummer kwam me totaal niet bekend voor. Zoals geen enkel nummer trouwens, maar deze had ook geen plaatje. En hoezo, ‘ik zie dat je thuis bent’…

…06 15435446 is typing….

Ik kom eraan.

Shííít.
En toen ging de bel.

Wat ook al best gek was, want die doet het al jaren niet meer. Maargoed, ik hees mezelf op van mijn kussen en sjokte de trap af naar de voordeur. Eerst was ik opgelucht toen ik de deur opende: het was mijn nieuwe…eh…vriendin? (overbuurvampier, overvampier, vampierbuurmeisje, bloedzuiger,…).
Tot ik zag dat ze holyshit, wat nu weer niet alleen was.

Ik deed een stap achteruit, weg van de deur, zij deed een stap opzij.

Naast haar zat de grootste herdershond die ik ooit had gezien. Diep blauwzwarte vacht, grote oren, alert, ogen samengeknepen, bek een stukje open (alsof hij iets ging zeggen, wat ik toch echt niet hoopte nu ik ze net weer een beetje op een rijtje had).

 ‘Ik moet een etmaal weg. Volle maan. Wil je op de hond passen?’
 ‘Eh…ik…’, ik probeerde iets te verzinnen om ‘nee’ te zeggen, maar zonder dat ze mijn gedachten kon lezen. Het was onmogelijk (ik denk vrij hard en ongeremd). En toen begon die ‘hond’ ook nog enorm te kwispelen en keken ze beide ineens heel blij naar me. Ik had verdomme nog geen eens iets gezegd. Alleen iets gedacht.

Jezus, wat ben ik ook een watje.