NATASJA EXEL



overbuurmeisje (27): voordeur

Bericht 24. — – van telefoon, ditmaal een opname. Uitgewerkt op 15 maart 2023, inderdaad, as we speak or sit at our desk and are not working or look at our mobile (again). Hieronder het transcript.

05-02-2022



De opname start met geluiden:

Er klinkt kunstmatig geklik van wat ik herken als de fotofunctie op mijn telefoon. Geen idee hoe dat uit moet. Klinkt echt, fotografeert slecht. Geschuifel en wrijvende kraakgeluiden die ik, naar aanleiding van het vorige stuk, interpreteer als het aannemen van houdingen voor de spiegel in slaapzakjas. Dan keihard lachen. Het klinkt hol en onaangenaam, kaatst door de hal en resoneert in het binnenwerk van de telefoon. Als het een organisch ding was, dan had het nu pijn.
 Het lachen gaat over in hikken. En dan stopt elk geluid, behalve een verontrustend zwaar in-en-uit-ademen dat enger is dan het lachen.
 Er wordt geklopt. Ik vermoed op de buitendeur.
 Het ademen stopt. En begint weer. Geschuifel. Gemorrel met sleutels. De deur gaat open…

‘Jaaa?’ klinkt mijn stem. Tenminste ik denk dat ik het ben. So weird. Gekuch en gemompel klinkt van buiten.
 ‘Wat zeg je?’ ik weer.
 ‘Ja, hoi, ik…ehm…zag even niet dat jij het was. Sorry. Alles goed?’
 Ik moet even denken bij wie die stem hoort. Ohja, het is de overbuurvrouw. Nee, niet het overbuurmeisje, maar de verhuurster, the lady of the manor, mijn echte overbuurvrouw.
 ‘Oh, gek dat je dat niet zag,’ zeg ik en het geluid van een rits klinkt. ‘Zie, soy yo, amigaaaah. En het gaat prima met me, echt, kan niet beter.’
 ‘Hmm. Waar ik voor kom…mag ik binnenkomen?’
 ‘Nee.’
 ‘Ooohkeee. Dan maar zo, waar ik voor kom, dus, een van mijn huursters kwam een dag of tien geleden bij me met een vreemd verhaal. Dat er iemand naar haar keek.’
 ‘Nee.’
 ‘Ja, echt. De huurster uit de kleinste kamer. Maar omdat ze er niet best aan toe was, ze zag er meer dood dan levend uit, zeg maar, of misschien moet ik dat niet zeggen, maar dat is nu te laat, ging ze naar een, laten we het een kuuroord noemen, maar dan met dokters en zo.’
 ‘Neeeej.’
 ‘Ja, serieus. Best ernstig. Maar ze is gisteren teruggekomen. Ziet er bijna normaal uit. Maar het punt is dat ze dus weer bij me is geweest en zei dat het “kijken” (ik gebruik hier aanhalingstekens, want er klinkt nadruk) nog steeds gaande is.’
 ‘Nee, wie doet dat nou?’ hoor ik mezelf zeggen en tijdens het luisteren van de opname gloeien mijn wangen van plaatsvervangende schaamteloosheid. (Hoewel, zou jij het toegeven? Nee, natuurlijk niet.)
 ‘Nou…,’ begint de buurvrouw en ik hoor hoe mijn ademhaling versneld en mompel in het hier en nu, hardop: zeg het niet, buuf, ohgod, zeg het niet.
 ‘Kom toch maar even binnen,’ en mijn zoetgevooisde stemgeluid maakt me alsnog misselijk.

Ik stop met typen van het transcript, maar luister verder.


15-03-2023, de dag van het transcript.

De haren op mijn armen staan rechtovereind. Er fladdert met grof geweld een kudde vlinders rond in mijn borst. Ik veeg met de rug van mijn hand over mijn vochtige lippen en vang een sliert kwijl op die uit mijn mondhoek sijpelt. Tintelingen wandelen over mijn tong als de smaak van ijzer mijn mond vult.


 ‘Zeg het dan,’ fluister ik als ik hoor hoe de buurvrouw naar binnen stapt en doorloopt. De voordeur wordt gesloten en de ‘ik’ op de opname steekt de sleutel in het slot en draait hem om.
 ‘Ik ben hier nog nooit binnen geweest,’ klinkt van verder weg, zal vanuit de Salon zijn. Voetstappen, ademen. Haar stem klinkt nu dichtbij als ze zegt: ‘Ik…ehm…ik…,’ en wegsterft.
 En zowaar als ik hier zit en luister weet ik het weer. Ohja, ik herinner me weer dat ik… ik onderdruk de neiging om door te spoelen naar de climax en laat het scenario uitrollen.

 Ohgodallemachtig, sta me bij, ik weet het weer.