NATASJA EXEL



overbuurmeisje (28): feest

Bericht 25. — uit notitieboek. De manier waarop het verslag verder gaat na het vorige bericht en hoe het geschreven is, geeft aan dat de gebeurtenis die plaatsvond op 05-02-2022 verdrongen is. Alsof er niets gebeurd is. Helaas kan ik hetzelfde niet zeggen voor vandaag de dag. Ik geloof niet dat ik het ooit nog kan ‘onweten en onhoren’. Henk zegt tegen me dat het went. Hij zal het wel weten, maar hij is dan ook niet helemaal normaal, he.

Dit bericht bestaat uit vier delen, dit is 1 van 4.

Enfin, terug naar de tijd van het selectieve geheugen:
06-02-2022



In de supermarkt hing ik rond bij de snoep-schappen. Eerder was ik bij de chocola geweest, daar kon ik niet goed kiezen en ik moest steeds aan de kant voor vrouwen die zich uitrekten om van het bovenste schap de minimaal 70%+ chocola van Lindt te pakken – onderwijl mij aankijkend terwijl ik zo laag mogelijk probeerde te bukken in mijn slaapzak om bij de dikke vette witte- en melkrepen op de onderste schappen te komen.
 Ik vond er repen op exact A4 formaat, ‘feest-verpakking’ stond er in dikgedrukte letters op, huismerk, 80 gram suiker per 100 gram, dik en bleek bruin. Met twee handen tilde ik er twee uit het schap en liet ze in het mandje vallen. KLAP.
Semivrolijk jogde ik naar de snoep. Daar was het nog moeilijker. Chocola was tenminste nog één soort… En net toen ik dacht, dit trek ik dus echt niet en ik mijn keel dicht voelde knijpen, werd ik hard van opzij gebeukt door een kanonskogel en op de grond gesmeten. BAFffffff.

De verzamelde lucht in het dons van de jas ving de ergste klap op en zorgde ervoor dat mijn frêle eierkop de grond niet raakte, maar terugveerde op de opstaande kraag. Ik lag op mijn rug en voelde hoe langzaam de lucht uit de jas verdween en ik naar de grond zakte.
 Ik moest onder een klein olifantje liggen want ademhalen ging steeds zwaarder. Achter mijn zonnebril werd het nog donkerder en ik zag kleine lichtpuntjes manifesteren in de duisternis en toen ik meende te sterven werd ik overvallen door een betrekkelijke rust en liet ik alles lekker los. Het was alleen jammer dat het moment bezoedeld werd door een stinkendhete olifanten-adem die mijn gezicht föhnde.
Met mijn laatste kracht schudde ik mijn hoofd om te ontsnappen aan een tweedegraads verbranding. Mijn zonnebril vloog tussen de gele schuimbanaantjes in kilozak. En toen zag ik het:

Henk! Het was Henk! Ohmijngod, HENK!

Hij stond met zijn voorpoten op mijn borst en keek me indringend aan.
IK KOM JE HALEN! schreeuwde hij in mijn inmiddels zuurstofloze hersenen en greep me bij de kraag van de jas en begon te schudden. Mijn hoofd slingerde heen en weer en ineens zag ik het snoep dat ik wilde (yes English drop, men!). Op dat moment sprong hij van me af, greep mijn kraag aan de achterkant en begon me door de winkel te sleuren.
 Nu het gewicht van mijn borst was en mijn longen hun functie vol vreugde weer aanvingen, stroomde zuurstof als een tsunami naar binnen. Het sprankelde als frisse Alpenlucht en al mijn kieren, gaten, buizen en spelonken vulden zich met nieuw leven. Ik hoorde jodelaars en koeienbellen.
 Even later voelde ik mijn ledenmaten weer en constateerde dat ik in mijn rechterhand nog altijd het mandje met daarin de platen chocola klemde. ‘Feest’ las ik nog net op een van de wikkels voordat ik omhoog keek naar Henk. Bij het zien van zijn fijne kop resoneerde het woord in mijn hart dat gelijk overliep en ik begon te huilen.

Dat luchtte zo op dat, tegen de tijd dat ik de croissants (4 voor 1 euro) en de saucijzenbroodjes voorbij zag komen en kort daarna het kassameisje hoorde gillen, ik mijn hand opende en het karretje met surrogaatfeest vol overtuiging losliet.