NATASJA EXEL



overbuurmeisje (31): licht

Bericht 28. — uit notitieboek. Zoals ik al zei, praktisch onleesbaar. Und yes, 6 februari, bericht 4 van 4.

06-02-2022




Als ze uit de keuken komt, met een zilveren etagère vol zoete hapjes, ga ik automatisch rechtop zitten.
echt, ik merk dat mijn hersenen zich na de hele ontwikkeling vanaf mijn jeugd, dus van infantiele vrije gedachten zonder enig verband tussen hersendelen onderling naar het moment van mijn volwassenheid, naar een hoofd vol cerebrale snelwegen, zich nu weer aan het terug-ontwikkelen zijn naar die kleuterfase en dus terug naar de staat van ongekende mogelijkheden en onbevooroordeelde waarheden. Het is fantastisch en ik merk het vooral aan de mate waarin ik me nog verbaas (nauwelijks dus, want alles is mogelijk, man!)
 Want ongeacht de situatie of het tijdstip: kom maar door met die suiker. Ik ben misschien mijn verstand verloren, maar mijn prioriteiten zijn instinctief.

Aan het feit dat alles in een wijde halve cirkel voor mij bedekt is met een bloederig Staphorster Stipwerkpatroon is niets meer te doen, dus ik zeg maar iets.
 ‘Wat een prachtig appartement heb je, zo licht en sereen.’ Ik meen het. Ik had de inrichting zelf kunnen verzinnen en vraag me af of ik dat ook niet gedaan heb. Het is zo goed dat het bijna niet echt lijkt. Bijna. Ik probeer net iets op te graven uit mijn geheugen op het moment dat er een bericht doorkomt. Het schiet als een spoel in een weefgetouw voor mijn netvlies langs: hé pipo, weet je nog, wachtwoord, voordeur, slof, hoge tonen.
 ‘En uhm, ohja, hehe, de voordeur? Is ie nog heel? …sorry?’

Ze kijkt me lachend aan (huh, geen hoektanden) en terwijl ze haar glanzende haar over haar schouder zwiept en met haar handen over haar lange witte japon strijkt slaat ze geen acht op het bloed. Ik kijk naar de stof die zweeft rond haar lichaam. Ze is een treffend evenbeeld van de ruimte.
 Het beeld flikkert en ik knipper met mijn ogen.
 ‘Oh, niks aan de hand, hoor,’ zegt ze. ‘Ik trok hem net op het goede moment open. Ja, ik dacht, ik maak een leuke grap met dat ‘wachtwoord’, probeer menselijk te zijn, een beetje relatable. Maargoed, wist ik veel dat je in een psychose zou raken. Ik dacht dat ik de creep was. Maar dat is dan ook weer duidelijk. Anyhoe, daardoor voel ik me een stuk beter, normaler ook, en daarom leek een high tea me wel leuk.’
Ziet ze het bloed echt niet? Hé, mafkees, zie je dat niet?! Denk ik echt keihard.
 ‘En ohja,’ gaat ze onverstoorbaar verder alsof ze me niet hoort. ‘Ik had Henk dus vanmiddag de opdracht gegeven je op te halen. Omdat ik denk dat het tijd is.’
Ohja, waar is het dan tijd voor? denk ik en ik zou echt niet kunnen verzinnen ‘waar het dan tijd voor is’. Mijn hernieuwde kleuter-hersens kan het geen reet schelen, die vinden alles lachen.
 ‘Weet je dat echt niet? vraagt ze. Ze hoort me dus weer.
Neeej, fluisteren mijn hersenen en ineens weet ik dat ik het niet wil weten. De kleuter jengelt dat ie naar huis wil.
Acuut beginnen allerlei dingen in mijn lichaam te vernauwen. Binnen enkele seconden volgen mijn zicht, kransslagader en luchtpijp elkaar op als schapen over een dam (of een gapend gat naar de hel) en als ik er al ooit controle over had…ze doen het niet meer.

En voordat mijn ogen zichzelf sluiten klinkt er een dreun en voel ik de vloer trillen. Ik weet blind dat het schilderij met mijn evenbeeld is losgekomen van zijn façade. Willoos glij ik van de bank onder de salontafel en door de met bloed bespetterde glasplaat zie ik dat Henk boven me staat zijn tanden ontbloot naar iets buiten mijn zicht. Zijn nagels schieten naar buiten en bij het terugtrekken krassen ze sporen in het geharde glas. Daarboven rolt een diep grommen als donder over me heen voordat er een kleine aardbeving lijkt plaats te vinden en er twee meteorieten op elkaar klappen ofzo. Een daarvan slaakt een gil, jankt als de hel. Ik krimp ineen en probeer op te gaan in het hoogpolig tapijt.
Blijkbaar steek ik nog uit, want ik word er met een ruk weggesleurd en omhoog geworpen.

Koude lucht wikkelt zich rond mijn machteloze lichaam als mijn voeten in het luchtledige bungelen en ik…