NATASJA EXEL



overbuurmeisje (33): pen

Bericht 30. — opname van telefoon.
Je vraagt je nu natuurlijk af: hoe komt die gek aan een opname van haar eigen verhoor op het politiebureau. Nou zo: ik vond in Keep, op mijn telefoon dus, een aantekening die tevens een vrij goede aanwijzing was.

‘Bij aanvang verhoor hand met bloedende pols in jaszak gestoken om geen dingen vies te maken. Vond bij toeval (door gat in voering) mijn telefoon. Drukte vervolgens zonder te kijken op ‘opnemen’. (Lachende smartie).’

09-02-2022




Opname begint met geschuif van metalen stoelpoten en zuchten. Eerste stem zegt: ‘Hé, wat is er met het dossier gebeurd? Kijk dan.’ Tweede stem mompelt ‘Dat is bloed, godverdomme’. Gestommel en een bonk. Dezelfde stem zegt: ‘auw, jezus man, wat zei ik’. Eerste stem schraapt keel.

Agent 1:
‘Mevrouw, we gaan u zo een aantal vragen stellen, we nemen dit gesprek op voor het dossier. Heeft u een mobiele telefoon bij u?’

Ik:
‘Nee?’

Agent 1:
‘Prima, dan gaan we van start. De eerste vraag…’

Ik:
‘Ehm, wacht even, agent 2 is mijn koffie vergeten, geeft niet hoor, maar ik wilde graag…’

Agent 1:
Mûvrouw, wilt u uw mondkapje ophouden als u tegen ons praat. Daar is het voor. Ja, ook over uw neus. Dankuwel. Ik zal zo iemand vragen om koffie te komen brengen. Hé, ik heb geen…’

Agent 2:
‘Hier, je mag mijn suiker wel.’

Ik:
‘Ggggghhgg, sorry, droge keel…nee, nee, geen water, ben ik allergisch voor… het gaat alweer. GgggG.’

Agent 1:
‘Wij wilden u een aantal foto’s voorleggen, maar zo te zien heeft u zelf al gekeken. Jezus. Heb jij een papieren zakdoek ofzo?’

Agent 2:
‘Doe het met je pen. Ja, zo.’

Agent 1:
‘Voor de opname: wij leggen mevrouw de foto’s voor waarop het gehavende lichaam te zien is van de overbuurvrouw, de hospita van het studentenhuis. Even snel: we zien meerdere losse lichaamsdelen, denk aan armen, benen, romp en, ah, hier is het hoofd.’

Ik:
‘Ja, ik ken ze al.’ … ‘Ohja, jezus wat erg, gruwelijk!’

Agent 2:
‘Godverdomme.’

Agent 1:
‘Nee, blijf zitten. Hier neem wat water.’ Fluisterend: ‘Doe es rustig, man,’
‘Mevrouw. Weet u waar we haar, ik bedoel dus haar delen, hebben aangetroffen?’

Ik:
‘Even denken. Tja, ik weet het niet meer zo goed. Ehm, misschien op straat? Bij haar huis? Bij het overbuurmeisje?’

Agent 2:
‘Bingo! Zie je, ik zei het meteen! Mevrouw, hoe wist u dat?’

Agent 1:
‘Ho, wacht even. Wacht even…’

Ik:
‘Ja, wat?’

Agent 2:
‘Van het overbuurmeisje! Hoe. Wist. U. Dat?!’

Ik:
‘Weet u het ook dan?’

Agent 2:
‘Godverdomme.’

Agent 1:
‘He, he. Geef mij even die andere foto’s…ja, dankje. Voor de opname: we laten mevrouw nu de foto’s zien van het overbuurmeisje. Tevens huurster van de eerder genoemde en getoonde hospita.’

Ik:
‘Hè?’

Geritsel van foto’s en polyester en nog meer geluiden van verbazing. Ik heb daar een indrukkend arsenaal van.

Agent 1:
‘Wilt u niet weer met die hand de foto’s aanraken. Ik zal zo iemand verband laten brengen. Wat is er eigenlijk met uw vingers? Heeft u pijn? Hé, kijk dan, zie je die nagels.’

Agent 2:
‘Godverdomme, man. Doe ze weg.’

Ik:
‘Ik begrijp het niet. Wat zijn dit voor foto’s? Waar kijk ik naar?’
‘Dit is haar kamer helemaal niet. Ik ben er geweest en het was groot en wit, echt, u had het moeten zien. Fabelhaft. Maar nee, waar dit is weet ik niet. En waar is de hond eigenlijk?’

Agent 1:
Oh…ehm…het ging eigenlijk niet om het interieur. Maak jij even een aantekening. Hier is een pen. Hoezo, die wil je niet. Oh, ohja. Goed. Voor de opname: notitie opmerking van mevrouw over inrichting kamer slachtoffer en de hond. Hond, u zei toch hond? Oh jezus, die loopt dan misschien nog buiten. Geef dat even door. Ja, nu ja. Waar waren we. Juist. Wat we zien op de foto’s is het lichaam van de achttienjarige…hoe heet ze ook al weer? Mevrouw? Oh, u weet het ook niet? Zoek even op. Nee, eerst dat bevel voor die hond.’

Schuiven van stoelpoten, mompelen, deur opent en slaat dicht. Een onbekend ritmisch tikken.

Agent 1:
‘Voor de opname beschrijf ik de foto’s: de jongedame ligt op een kale houten vloer van een kleine studentenkamer, tussen een bank en een bureau en onder een hoogslaper. Ze ligt op haar rug, met haar handen gevouwen over haar borst. Ze draagt een lang wit t-shirt en een wit slipje, ze heeft blote benen en voeten. Voeten zijn vies aan de onderkant. Haar blonde haar ligt in plakken rond haar hoofd en er zit een kam in vast. Het lijkt erop alsof iemand geprobeerd heeft het haar te kammen, maar daar mee ophield toen, naar wat wij vermoeden, de kam vastliep in de bloedklonters.’

Deur opent en sluit, schuiven van stoelpoten, ritselen van papieren. Zachte stem zegt ‘opsporingsbevel geregeld en jij, stop daarmee. Ja, met dat nageltrommelen, ja. Goed zo. Braaf.’

Agent 1:
‘…uit haar nek mist een stuk. Ja, mist een stuk…ehm, als een hap uit een appel? Kan ik dat zo zeggen? Nee? Gaat het? Ja, ga maar even… keer je maar gewoon om.
Dan nog tot slot: er zou bloed moeten zijn, en gezien de aard van de verwondingen: heel veel bloed. Maar dat ontbreekt op een spoor van bloederige afdrukken na, in een onwillekeurig patroon op de houten vloer rond het lichaam. Dat zijn hondenpoten, toch? Ja, inderdaad, dat denk ik ook, een flinke hond. En dan zijn er nog de vlekken, ook in een straal rond haar lichaam, alsof iemand geprobeerd heeft het bloed op te vegen. Hmm, op te vegen met iets kleins. Kleine veegsporen. Zie jij dat ook? Mevrouw, u ook? Veegsporen ter grootte van een…’

Ik:
‘Tong?’

Agent 2:
‘GODVER…buuaaaggh. Geef dat prullebakje! Buuugghhh.’

Agent 1:
‘Ja! Een tong! Danku!’


Abrupte stilte op een bedje van ruis. Opname is gestopt.

Tweede aantekening uit Keep (op telefoon), gemaakt een uur na het stoppen van de opname:
‘ben uit het politiebureau gezet en zit nu in een Engelse boekwinkel/café met een latte (zonder pinda’s, maar met stukjes scone speciaal voor mij) #somepeople #hartje en een groot stuk caramel-bananen-taart #fabuleus #beatthisrudolf’